10 november 2009

'0,10 mg is 10 keer zoveel als 0,1 mg', volgens verpleegkundige

Rekenen is al jarenlang het nationale zorgenkindje, maar gelukkig wordt er nu wat aan gedaan. Op de PABO moeten nieuwe studenten rekentoetsen afleggen, omdat anders geen van de onderwijzers (meestal onderwijzeressen) straks in groep 5 of hoger kan lesgeven. Op veel universiteiten gaat de eerste toets na binnenkomst van de studenten over rekenvaardigheden die ze al voor het einde van de basisschool hadden moeten beheersen. Iedereen blijkt het er nu over eens te zijn dat er wat moest gebeuren.

Maar nu dreigt weer een ander gevaar en zo is er altijd wat. Door alle goede bedoelingen ontstaat een wildgroei van cursussen en toetsen. Iedereen die iets met rekenen te maken heeft - en wie zijn dat niet -, heeft 'zijn verantwoordelijkheid genomen'. Natuurlijk moeten we blij zijn dat aan de jarenlange verloedering van het rekenonderwijs een halt wordt toegeroepen, maar het is zaak de schade op een goede manier te herstellen.
Net zoals studenten van PABO en universiteiten hun rekenvaardigheden in het eerste jaar van hun studie moeten opvijzelen, hoor je nu ook over de cursus verpleegkundig rekenen, zodat ook de verpleegkundige weer weet dat 0.10 mg poeder niet 10 keer zoveel is als 0.1 mg.
Maar ja, als je voor elke beroepsgroep eigen rekenonderwijs gaat ontwikkelen, dan is het hek van de dam. Dan kun je ook denken aan cursussen notarieel rekenen (hoeveel is 6% van 150000 euro om de overdrachtsbelasting uit te rekenen), juridisch rekenen (als een veroordeelde 2/3 van zijn straf hoeft uit te zitten, na hoeveel jaar komt hij dan op vrije voeten bij een straf van 6 jaar en 7 maanden), administratief rekenen (als de verkoopsprijs 112 euro is inclusief 19% BTW, hoe groot is dan het bedrag ex BTW), rekenen voor profvoetballers (hoeveel doelpunten moeten we minimaal maken om een 5-3 achterstand alsnog om te zetten in winst), rekenen voor hoeren (die maken het zich gemakkelijk: geen BTW op deze snee) enzovoort, enzovoort.
Zouden we niet veel beter af zijn met goed rekenonderwijs op de basisschool, zodat alle leerlingen op het voortgezet onderwijs weer weten hoe je met procenten kunt rekenen, breuken kunt optellen, en kunt uitrekenen hoeveel mg 30 dl water weegt? Als deze kennis op het voortgezet onderwijs wordt onderhouden en als er dan ook nog fatsoenlijk wiskunde-onderwijs wordt gegeven zonder grafische rekenmachine, dan is weer veel teruggewonnen.
Ondertussen moeten we het dan maar doen met al die cursusjes. Het is niet anders.

7 november 2009

Divers en Diversiteit

Het boekje Vaagtaal dat onlangs verscheen, is een groot succes. En dat is niet voor niets. Het bevat woorden en uitdrukkingen waar gewone Nederlanders koude rillingen van over de rug krijgen. Wat te zeggen van bijvoorbeeld 'mijn ding doen', 'dicht bij jezelf blijven', 'doorcommuniceren', iets 'handjes en voetjes geven' en 'ergens een plasje over doen'? Daar zou je zelf toch niet op komen?
Niet alleen het boekje is populair, er is ook nog een top tien opgesteld die in alle kranten royale aandacht trok.


Heel plotseling is de belangstelling voor deze uitwassen van de Nederlandse taal niet. Het boekje van Paulien Cornelisse: 'Taal is zeg maar echt mijn ding', dat eerder dit jaar verscheen, vloog ook al de deur uit. En nu dus weer de grote belangstelling voor het boekje Vaagtaal.
Veel van die belachelijke uitdrukkingen wekten al lang ergernis op, niet alleen bij mij, maar zo nu blijkt ook bij vele anderen. Ze hebben gemeen dat ze eigenlijk zonder betekenis zijn, hoewel ze toch onmiddellijk door iedereen worden begrepen. Plotseling behoorden ze tot de nationale woordenschat. Bijna van de ene dag op de andere hoorde je mensen praten over 'mijn ding doen' en 'dat heb ik niet meegekregen' alsof het alledaagse uitdrukkingen zouden zijn. Maar dat zijn ze niet, want dan had ik dat wel geweten. Ik lees elke dag kranten, luister zeer regelmatig naar de radio en kijk tv en had tot op een zeker moment nog nooit van zulke uitdrukkingen gehoord. Nooit eerder had ik iemand horen zeggen dat hij ergens 'eerst nog een plasje over moest doen'. En dan, opeens, zijn ze er en lijkt het wel of iedereen ze gebruikt. Voordat je er erg in had, waren ze ingeburgerd.
Sinds een week of twee zijn we getuige van de geboorte van een nieuwe ster aan het taalfirmament die de potentie heeft snel te stijgen en misschien wel door te dringen in de nationale top tien. Dit woord is naar horen zeggen ontstaan in de directiekamers van KPN dat heeft besloten voortaan elke vacante topfunctie aan een vrouw te geven.
'En als er nu een betere man voor zo'n functie bestaat', werd onlangs bij Pauw & Witteman aan de voormalige minister van Volkshuisvesting Dekker voorgelegd die een pleitbezorgster van deze aanpak bleek, 'wat dan?'
'Dan zoeken we net zo lang door tot we een vrouw hebben gevonden die beter is dan die man en dat lukt altijd', was haar lakonieke antwoord.
Tot dusver dagelijkse kost, maar de volgende dag gebeurde het. Plotseling hoorde je iemand praten over de diversiteit van de top van het bedrijfsleven, en later die dag nog een keer en steeds vaker hoorde je over divers en diversiteit in deze nieuwe betekenis. Wat voorheen steeds werd beschreven als een tekort aan vrouwen in de directiekamers, werd nu aangeduid als te weinig diversiteit. 'De top van KPN is te weinig divers!', 'Er moet in het bedrijfsleven meer diversiteit komen!'
Wordt met dit nieuwe modewoord nu ook bedoeld dat te weinig mannen de nationale openbare toiletten schoonmaken? Wordt er meer diversiteit gewenst in de kippenslachterijen? Moet tenminste vijf procent van de commissariaten worden bezet door homo's of lesbiennes? We weten het niet, want het woord diversiteit is net zo weinig zeggend als 'handjes en voetjes geven'. Maar zo'n nieuw woord klinkt wel zo doordacht, bijna wetenschappelijk, maar het is eigenlijk een nieuwe zak voor heel oude wijn.
Laatst heb ik een jongere vrouw gevraagd of zij in ons mannelijke squashclubje zou willen meespelen. 'We zijn zo weinig divers', lichtte ik haar toe, daarbij in het midden latend of ik doelde op het verschil tussen haar leeftijd en de gemiddelde leeftijd van mijn vrienden of dat zij als vrouw ons clubje zou moeten versterken. Dat kan gemakkelijk met zo'n nietszeggend woord.
Divers blijft een bijzonder woord. Ik blijf bijvoorbeeld zitten met het volgende taalkundige probleem. Is het nu: 'diverse vis wordt op die verse manieren klaargemaakt', of is het: 'die verse vis wordt op diverse manieren in diverse kranten ingepakt' of is het: ... Ik weet het niet meer.
Dat heb je met die nietszeggende uitdrukkingen.

30 oktober 2009

Bejaarde houdt zich niet aan regels cursus Straatcultuur

Nog maar net haalde de bejaarde man de receptie van het politiebureau in de Rotterdamse wijk Delfshaven. Hij was behoorlijk toegetakeld. Een paar vegen gestold bloed in zijn dunne haren, rode beurse plekken op zijn ingevallen wangen, waterige ogen, snotterend en een ingescheurde lip.

De brigadier kwam snel vanachter de balie vandaan en ondersteunde de gewonde man voorzichtig naar een stoel.
'Wat is er met u gebeurd?', vroeg hij bezorgd terwijl de man onderuitgezakt op de stoel ging zitten.
Ondertussen kwam een agent snel aanlopen met een glas water.
'Hier, neemt u even een slokje water, dat zal u goed doen.'
De brigadier herhaalde zacht zijn vraag.
'Wat is er gebeurd?'
Een paar slokken water hadden de man kennelijk goed gedaan. Hij schoof weer wat rechter op in zijn stoel en keek de agenten aan.
'Ze hebben me in mekaar geslagen', kon hij er moeilijk uitkrijgen want zijn lippen wilden nog niet goed meewerken. 'Zo maar, om niets, hier een paar straten verderop. Een zo'n gast stond in mijn nek te hijgen. "Hé opa, mag je wel alleen op straat van oma", schreeuwde hij in mijn oor terwijl hij zo'n beetje tegen me aanduwde en die ander stond plotseling vlak voor me, met zijn gezicht pal in mijn gezicht. Ze moesten allebei erg lachen om hun grap, zo'n enge giechelende lach. Nou, je schrikt je rot, paniek, ja, wat moet je? Je staat er helemaal alleen voor.'
Terwijl hij zo vertelde, schoten de tranen hem in de ogen. Hij was nog behoorlijk van streek. Toch verstrakten de agenten iets. De brigadier boog zich weer wat van de oude man terug, terwijl de agent het glas langzaam uit de hand van bejaarde nam.
'Ja, oké, je staat er dan helemaal alleen voor', bevestigde de brigadier, 'maar wat heb je toen gedaan?' Uit zijn stem klonk al minder medelijden dan in het begin.
'Gedaan?', mompelde de man. 'Ja, wat moet je? Niks. Voor hetzelfde geld slaan ze je verrot! Ik probeerde door te lopen, maar dat ging niet, want die ene gast bleef gewoon staan. Toen ik erlangs wilde, kreeg ik een lel en toen nog een en ...', hij moest even een paar keer slikken, 'toen een paar stompen in mijn gezicht. "Doe de groeten aan oma", riepen ze me nog na.' Hij liet zijn hoofd zakken.
'Je hebt je toch wel gehouden aan de regels van de cursus Straatcultuur, hè?' De brigadier tilde het hoofd van de man bij de kin omhoog en keek het slachtoffer indringend aan. 'Je hebt ze toch niet aangekeken, of wel?' Aan de blik van de man zag de brigadier meteen hoe laat het was. Hij richtte zich weer op en keek met een radeloze blik naar zijn collega.
'Ja', nam die het gesprek op luide toon over terwijl hij het glas nogal stevig op een tafeltje zette, 'daar hebben we het op de cursus Straatcultuur toch over gehad. Weet je dat niet meer? Kijk ... ze ... niet ... ááháán!! Om ze niet nóg agressiever te maken dan ze misschien al zijn!! Ja, hoe vaak moeten we dat nog uitleggen! We hebben het er tijdens de cursus nog zo ingehamerd: probeer neutraal over te komen en: kijk ... ze... dus ... niet ... aan! Ja zo werkt dat!! Je weet toch hoe belangrijk dat is. Maar nee hoor, meneer hier kijkt ze recht in hun smoel. Ja, dan vraag je ook om moeilijkheden, neem me niet kwalijk.'
Met een blik van toenemende boosheid keek hij op naar zijn collega die na deze monoloog vermoeid zuchtte en voor de verbouwereerde bejaarde man nog eens de belangrijkste elementen van de cursus Straatcultuur samenvatte.
'Mijn collega hier heeft helemaal gelijk. Kijk, om te beginnen schuilt niet in al die gasten een crimineel. Dat weet je toch, dat hebben we vaak genoeg verteld. Dat is één. En haal je niet gelijk van die verhalen in je hoofd dat zo'n gast vast heeft gezeten of zo. Dat wéét je niet! Nee, dat is toch zo, dat wéét je niet! Maar ondertussen gaat hij door jouw toedoen wel over de rooie, ja en dan kijk je hem nog aan ook, ja dan heb je de poppetjes aan het dansen, dan loop je zo maar tegen een paar flinke tikken aan. Nogal wiedes toch?'
Hij keek erbij of hij het nu ook niet meer wist. Langzaam liep hij weer om de balie heen terug naar zijn stoel en even later zat hij weer op zijn post. 'En wat wil je nou van ons?', vroeg hij de oude man.
'Ik wil aangifte doen', kon deze er nauwelijks verstaanbaar uitbrengen. 'Ik laat me toch niet zo maar in elkaar slaan?'
'Aangifte doen?' De brigadier keek alsof hij het in Keulen hoorde donderen. 'Nou wordt die helemaal mooi. Eerst houdt meneer zich niet aan de cursus, en die heeft een flinke smak geld gekost, dat weet je ook wel en dan komt hij hier een beetje aangifte doen. Alsof wij hier niet genoeg te doen hebben. En we hebben al zo weinig personeel. Er zijn er nou vier op de Oostblaak om fietsverlichting van brugpiepers van het Erasmiaans te controleren en bij Donner lopen ook al een paar man voor fietsen op het trottoir. Nee, wat jij had moeten doen, is je beter aan de regels van de cursus Straatcultuur houden. Dat had je moeten doen. Dan had je nu niet al die ellende gehad.'
Wanhopig hief hij zijn beide armen op. 'Aangifte, nou vraag ik je!'
Zie AD d.d 30 oktober 2009

29 oktober 2009

Aboutalebs plan opsteker voor Kookpunt

Een paar dagen geleden deden zich in de havenstad twee vreemde voorvallen voor die met elkaar verband leken te houden maar tot dusver niet goed konden worden verklaard.
Eerst was er in de vroege woensdagochtend een plotselinge sterke omzetstijging van keukenmessen in de speciaalzaak Het Kookpunt. Later die morgen werden diezelfde messen al voor grof geld op straat aangeboden in de buurt van de Rotterdamse Sociale Dienst. Wat was hier aan de hand?
We gingen diezelfde morgen al op onderzoek uit.


Het Kookpunt
Eerst maar even langs gegaan bij Het Kookpunt. Bij deze Rotterdamse speciaalzaak kun je eigenlijk alles op kookgebied kopen, van aspergepan tot aardappelschiller, van professionele opscheplepel tot geavanceerde kruidenrekjes, maar natuurlijk ook keukenmessen. Die worden altijd al goed verkocht; maar die woensdagmorgen vlogen ze de deur uit, vooral de messen in het goedkope segment. Vanwaar deze plotselinge run op keukenmessen?
Bedrijfsleider Ronald Slot (38) van Het Kookpunt weet het niet. Hij begrijpt er ook niets van.
'Keukenmessen verkopen altijd wel goed. Logisch, in een keuken wordt veel gesneden. Grote messen voor vlees, kleine keukenmessen voor allerhande andere klusjes, och, je kunt het zo gek niet noemen, of je hebt er wel een mes voor nodig. Maar wij verkopen meestal messen in het duurdere segment, we zijn uiteindelijk een speciaalzaak. Voor de goedkope messen komen ze niet bij ons, daarvoor gaan ze wel naar de Marskramer of Blokker. Maar vanmorgen willen ze juist die goedkope messen hebben, dat is juist het rare. We hebben er vandaag al heel veel verkocht, het is een gekkenhuis.'
Wijzend naar weer een paar klanten die met een Dirk-tas vol keukenmessen de winkel verlaten, ging hij verder.
'Zo gaat het nu al de hele morgen. Vlak na opening allemaal klanten die plotseling messen wilden kopen en meestal de wat grotere maten, een lemmet van zo'n 12 tot 18 cm, ja dat zijn flinke messen. Ik klaag niet hoor, want ook wij kunnen zo'n omzetstijging best gebruiken, het zijn nog steeds moeilijke tijden, maar begrijpen doe ik er niets van.'
Hij keek nog even naar de lange rij bij de kassa.
'Natuurlijk mag ik niet klagen. Omzet is omzet, maar ja, het doet je naam geen goed als we alleen die goedkope messen verkopen. Trouwens, we houden dat op deze manier ook niet lang vol. Normaal houden we een grote voorraad aan, je wilt je klanten natuurlijk niet teleurstellen en nee verkopen, maar er zijn grenzen. Kijk daar gaat er weer een paar. Moet je zien, dat is toch niet normaal, hoeveel zijn dat er wel niet, tien, twaalf messen? Nee, dat houden we niet lang vol, straks moeten we nee verkopen.'
Zuchtend stapte hij in de richting van het magazijn.

De Sociale Dienst
Even later die dag stond ik in de buurt van de Rotterdamse Sociale Dienst. De politie was gebeld door de receptioniste omdat zich in de loop van de morgen allerlei jongeren in de buurt van het gebouw hadden verzameld.
Zij begreep er niets van.
'Allemaal types met capuchons, meneer, maar het waren toch geen cliënten, zoals we hier de klanten van de Sociale Dienst noemen', zei zij. 'Maar het rare was dat niemand van die jongens binnenkwam. Ze klitten een beetje bij elkaar, het leek wel alsof er werd gedeald. Nee, ze kwamen zelf niet binnen. Dus ik heb de politie maar even gebeld. Je weet het niet.'
Was haar verder nog iets opgevallen, want zulke dingen gebeuren toch niet zo maar?
'Nou, we hebben vandaag wel veel aanloop gehad door de oproep van de burgemeester. O, weet u dat nog niet?' vervolgde zij toen ze de verbazing op mijn gezicht zag. 'De burgemeester heeft Antillianen opgeroepen hun wapens in te leveren, maakt niet uit, pistolen, werpsterren, messen en zo, zodat ze elkaar en anderen niet meer overhoop schieten en steken. In ruil daarvoor krijgen ze door de burgemeester een baan aangeboden. Nou, het helpt wel, moet ik zeggen. Vanmorgen zoveel van die gasten ontvangen die een mes kwamen inleveren, en gelijk door konden lopen naar de werkbemiddeling.'
Ze wendde zich tot weer een groepje cliënten die met een mes in de hand door de draaideur binnenkwamen.
'Tweede verdieping, bij de afdeling werkbemiddeling. Nee, u kunt daar uw mes inleveren.'
Zuchtend keek ze me aan.
'Zo gaat dat nou al de hele ochtend.'

26 oktober 2009

Welkom is anders: de gemeenteraad

In Nederland hebben we instellingen die voor iedere burger vrij toegankelijk zijn. Zo mogen we bijna alle rechtszittingen bijwonen, burgerlijk afgesloten huwelijken staan open voor iedere bezoeker en we kunnen vrijelijk plaats nemen op de publieke tribune van parlement of gemeenteraden. Maar is dat wel zo?
Laten we eens kijken hoe het bij de gemeenteraad in zijn werk gaat.
In Hoek van Holland ontaardde een strandfeest, zoals te verwachten viel, in een massale knokpartij. Door een politiekogel viel een dode en dus waren de rapen gaar. In de gemeenteraad werd door Leefbaar Rotterdam een spoeddebat aangevraagd. De nog nieuwe burgemeester Aboutaleb zou het zwaar te verduren krijgen, zo was de verwachting, en dus besloot ik, voor de eerste keer, de beraadslagingen van de gemeenteraad bij te wonen. Kon ik eens zien hoe de lokale democratie werkte. Die van het land kon je elke dag onder leiding van Ferry Mingelen op de TV op de voet volgen, maar hoe ging het er op de hoek aan toe?
Bij binnenkomst op het gemeentehuis werd ik onmiddellijk in een afgelegen zaaltje geloodst met een groot tv-scherm, met rijtjes stoelen en een tafeltje met koffie en thee. Dat zag er goed uit. Maar eigenlijk had ik liever plaatsgenomen op de publieke tribune zodat ik het gehele slagveld in een blik in ogenschouw kon nemen in plaats van via een vaste camera te kijken naar alleen de spreker.

Maar dat kon niet, had de bode me bij binnenkomst al laten weten. De publieke tribune was vol. Daarvoor had ik wel begrip. Er was veel commotie rond deze kwestie en dat daar veel publiek op was afgekomen, kon ik wel begrijpen.

Toen alle sprekers in de gemeenteraad het woord hadden gevoerd, werden de beraadslagingen een half uur geschorst. Het debat was afgekoeld, er was een pauze, dus misschien kon ik nu wel een plekje op de publieke tribune bemachtigen. Ik schoot een bode aan die bij de trap naar boven bezoekers tegenhield.

'Ik wil graag naar de publieke tribune van de gemeenteraad', vroeg ik hem, 'kan dat?'

'Nee, meneer, die is vol', antwoordde de man vriendelijk.

'Hoe weet u dat nou?', vroeg ik hem, 'vanmiddag was hij vol, maar nu is het pauze, mensen gaan weg, er is nu vast wel voldoende plaats.'

'Dat weet ik niet meneer, ik weet alleen dat ik moet zeggen dat de publieke tribune vol is.'

'Kunt u dan even vragen of dat nog steeds zo is', zo hield ik vol, want ik kreeg gaandeweg het gevoel dat men bezoekers niet graag op de publieke tribune wilde hebben. Misschien om redenen van veiligheid, misschien om andere redenen.

'Nou, dat moet u dan maar aan die meneer vragen, ik weet het verder ook niet', zei de bode en wees naar een andere bode, misschien een senior-bode.

De aangewezen man verwees me desgevraagd in eerste instantie naar de TV-kamer, gaf vervolgens aan dat volgens hem de publieke tribune vol was en wilde na enig aandringen wel toegeven dat ik er wel naar toe kon, maar dan buitenom, eerste deur rechts, de trappen op naar boven en dan moest ik het daar maar verder vragen.

En inderdaad, via het zo bekende elektronische poortje kon ik even later op een praktisch lege publieke tribune plaatsnemen.

Hoezo welkom? Wat is er toch aan de hand met overheidsfunctionarissen?

Welkom is anders: het burgerlijk huwelijk

In Nederland hebben we instellingen die voor iedere burger vrij toegankelijk zijn. Zo mogen we bijna alle rechtszittingen bijwonen, burgerlijk afgesloten huwelijken staan open voor iedere bezoeker en we kunnen vrijelijk plaats nemen op de publieke tribune van parlement of gemeenteraden. Maar is dat wel zo?
Laten we eens een kijkje nemen bij het burgerlijk huwelijk.

Ik werd door mijn zoon en aanstaande schoondochter gevraagd als Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (BABS voor ingewijden) hen te trouwen. Ik vond het ter voorbereiding wel zo verstandig een paar trouwerijen bij te wonen om te zien hoe de echte professionals zo'n varkentje wasten. Naar het gemeentehuis dus, want daar worden nog steeds veel huwelijken gesloten.
Toen ik me bij de bode meldde en vroeg of er zo meteen nog huwelijken stonden te gebeuren, vroeg hij me welk huwelijk ik zocht.

'O, dat maakt me niet uit, elk huwelijk is goed. Ik wil zo maar een huwelijk bijwonen.'

'U komt
voor zo maar een huwelijk?' De bode kon zijn verbazing nauwelijks verbergen. 'Tja, ik weet niet of dat wel gaat.'
'Een huwelijk is toch openbaar?', vroeg ik hem maar eigenlijk suggereerde ik dat als een feit.

'Ja, dat is misschien wel zo, maar ik weet niet of dat wel zo'n goed idee is. Een huwelijk is toch iets persoonlijks, ik weet niet of je daar als buitenstaander wel bij mag.'

Het was een vreemde reactie. Mogen? Ik vertelde hem de reden van mijn bezoek: het huwelijk van mijn zoon, dat ik BABS zou zijn en dat ik me wilde voorbereiden.

'Nou, dan zou ik het maar eens aan de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand vragen die daar zit. Ik weet het niet hoor', aarzelde hij.

Tot mijn verbazing was de betreffende gezagdraagster het met de bode eens. Ze moest straks een paar Kaap-Verdianen trouwen ('maar die komen altijd minstens een half uur te laat, daarom zit ik hier te wachten') en ik had daar toch eigenlijk niets te zoeken, ja toch? Ze vond het maar niets, maar ze wilde me wel ter wille zijn.

'Misschien kunt u beter het huwelijk nemen dat in de andere zaal wordt gesloten', suggereerde ze, 'maar ik zou het toch maar even aan het bruidspaar vragen of ze er geen bezwaar tegen hebben. Het is wel raar.'

Welkom bij een openbare gebeurtenis?


25 oktober 2009

Welkom is anders: de rechtbank

In Nederland hebben we instellingen die voor iedere burger vrij toegankelijk zijn. Zo mogen we bijna alle rechtszittingen bijwonen, burgerlijk afgesloten huwelijken staan open voor iedere bezoeker en we kunnen vrijelijk plaats nemen op de publieke tribune van parlement of gemeenteraden. Maar is het wel zo?
Hoe welkom is de rechtbank?

Iedereen heeft zo zijn afwijkingen en ik vorm daarop geen uitzondering. Af en toe ga ik naar de rechtbank, gewoon om een of meer zittingen bij te wonen. Kieskeurig ben ik niet. De kantonrechter, de politierechter, de economische politierechter of de meervoudige strafkamer, ik vind het allemaal vreselijk interessant.
Dus eens in de zoveel jaar, wanneer ik een vrije dag heb, bijvoorbeeld vlak voor de grote vakantie, ga ik naar de rechtbank in Rotterdam, vroeger gelegen in het karakteristiek gele gebouw aan de Noordsingel en nu in een monumentaal gebouw op de Kop van Zuid. Vooral op 'de Noordsingel' had je niet direct het gevoel welkom te zijn.
Rechtszittingen zijn openbaar, dat wisten de bodes ook wel, maar toch.
'Bij welke zitting moet u zijn?' vroeg de bode me al gelijk bij de ingang.
'Maakt me niet uit, ik kom gewoon een paar zittingen bijwonen.'
Nu was de argwaan van bode gewekt.
'Wat komt u dan doen?'
Na enige uitleg mocht ik door de draaideur, maar het was de bode duidelijk dat hier iets niet pluis was.
'U moet zich wel melden bij de griffie!', riep hij me nog na.
Eenmaal binnen trof ik in hoge gangen grote gesloten deuren aan. Achter welke deur speelt onze rechtstaat zich nu af? Dat kon je aan de deuren niet zien. Voorzichtig probeerde ik een zo'n deur op een kier te openen. Onmiddellijk werd mij door een van twee aanwezige bodes die met een geluidsinstallatie in de weer waren op geïrriteerde wijze gevraagd wat ik zocht.
'Ik wilde even kijken of hier een rechtszitting bezig was', antwoordde ik door de kier.
'Nou, dat zie je toch, hier is niks te doen', was kortaf het antwoord.
'Ja, maar dat kan ik aan de buitenkant niet zien.'
'Dan moet je bij de griffie zijn, hier is niks te doen. En doe de deur achter je dicht!'
Ook bij de griffie was de bejegening niet echt vriendelijk, laat staan gastvrij. Wat ik dan kwam doen, bij welke rechtszitting dan wel, en waarom? Vragen en nog eens vragen en als ware het een gunst mocht ik naar een zitting.
Uiteindelijk kom je wel bij een rechtszaak terecht, maar steeds gaven de bodes je het gevoel dat je er eigenlijk niets te zoeken had. Overigens is de behandeling op de Kop van Zuid een stuk beter. Waarom dat zo is, is me niet geheel duidelijk.