2 oktober 2014

Run Nederlanders op vluchtelingen

Onlangs kwam het bericht in de media dat de gemeente Rome zijn burgers had gevraagd Irakese en Syrische vluchtelingen in huis op te nemen. De officiële opvang was uit haar voegen gebarsten en de overheid was ten einde raad. Leegstaande gebouwen, kazernes en sporthallen puilden al uit en dus werd een beroep op de burgerij gedaan. Ook bij Nederlanders bleef dit bericht niet onopgemerkt.

De Nederlanders
Nederlanders met het hart op de juiste linkse plaats willen in een dergelijke situatie helpen en dus stond de telefoon bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie al binnen een paar uur roodgloeiend. Of ze niet een of twee vluchtelingen konden leveren? De telefonistes schrokken zich een hoedje van zoveel vraag. Hier was het ministerie niet op berekend en al binnen een paar uur waren alle lijnen bezet. Het ministerie was praktisch onbereikbaar geworden door zoveel empathie bij Nederlanders met de vluchtelingen.
De ambtenaar: 'Ja, dat is óók Nederland!'
Een ambtenaar wilde zich wel even losmaken van de telefonische overval om een paar vragen te beantwoorden.
‘Inderdaad, vanmorgen was er nog niets aan de hand, maar binnen een uur waren alle lijnen bezet. We kwamen niet meer aan ons gewone werk toe. Maar zoveel medeleven, dat deed ons toch wel wat, soms schieten de tranen je in de ogen. Sommige bellers wilden wel een paar families tegelijk opnemen, ja, dat is óók Nederland. Maar ik moet nu weer terug om mijn collega’s te helpen.’
COA: 'We hebben geen vluchtelingen op voorraad'
Ook bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers COA was men overdonderd door de overweldigende vraag naar vluchtelingen. Wat wordt er zoal gevraagd, wilden we van de voorlichter weten die bereid was even wat toelichting te geven.
‘Het is een heksenketel, ik kan niet anders zeggen. Normaal gesproken is het voor ons een hele toer om vluchtelingen in het land onder te brengen. Elke gemeente heeft dan zo zijn eigen bezwaren, een AZC is te groot, of te dichtbij het centrum, of te dichtbij een school. Het schiet dan niet op. Maar nu, nu de burgers rechtstreeks worden aangesproken, kunnen we de vraag niet aan. Er zijn mensen die drie families tegelijk willen opnemen, maar ja, waar halen we zo gauw hele families vandaan? Zoveel hebben we er niet op voorraad, maar daar nemen ze geen genoegen mee. Ze willen nú vluchtelingen. Wat je ook merkt is dat sommige bellers liever Syriërs dan Irakezen willen opnemen. Die vinden ze dan zieliger. Dan kunnen ze tegen de buren zeggen: “O, heb jij gewoon Irakezen thuis, nou, wij hebben Syriërs!”. Ja, niks menselijks is de Nederlander vreemd. Nee, je mag het zo niet zeggen, maar eigenlijk is er een grote schaarste aan vluchtelingen.’

De vluchtelingen

De vraag naar vluchtelingen door Nederlanders rijst de pan uit? Schaarste aan vluchtelingen? Zulke berichten gaan als een lopend vuurtje door organisaties die zich professioneel met vluchtelingen bezighouden. De in allerijl opgerichte Landelijke Organisatie voor Vluchtelingen uit Irak en Syrië (LOVIS) is vast van plan voor de belangen van vluchtelingen op te komen. De voorzitter die niet zijn naam wil noemen, vat het als volgt samen.
Voorzitter LOVIS: 'Zonder extra's krijg je geen vluchteling'
‘Sommige Nederlanders denken dat ze even kunnen opbellen en dat ze dan gelijk een paar vluchtelingen krijgen geleverd. En dat ze dan de bestelling ook nog kunnen aanscherpen: wel een Syriër, liever geen Irakees, maar wel een op HBO-niveau, enzovoort. Maar zo gaat dat natuurlijk niet. Er moet wel wat tegenover staan. “Ja”, zeggen ze dan, “ze krijgen toch al kost en inwoning?” Ja, hè, hè, dat krijgen ze bij iedereen. Er moet wel iets extra’s tegenover staan willen ze versneld vluchtelingen geleverd krijgen. Waar ik dan aan denk? Nou, bijvoorbeeld huurbescherming, dat je niet zo maar het huis kunt worden uitgezet, een permanente verblijfsvergunning en natuurlijk een redelijke dagvergoeding, ik noem maar een paar dingen. Vandaag de dag krijg je geen vluchteling voor niets. Wel pronken bij de buren maar als het puntje bij paaltje komt is de vluchteling de klos. En als zo’n beller dan tegenpruttelt, dan zeggen we gewoon keihard: voor u een ander.’